De Toren van Belém verheft zich aan de oever van de Taag als een symbool van de fundamenten van de Nieuwe Tijd, waarin de Portugezen als pioniers optraden. Daarom is deze door de UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst.
Lissabon was toen de hoofdstad van een reusachtig zee-imperium, waarvan de Torre de Belém het visitekaartje was. De toren verheft zich als een prachtige parel uit bewerkte steen, maar tijdgenoten zagen er een angstaanjagende vesting in ter verdediging van de Taag-monding, die met de vesting aan de andere kant van de Taag het kruisvuur kon openen.
De opdracht tot de bouw werd in de 16e eeuw door D.
Manuel I gegeven, en de vierhoekige toren herinnert dan ook nog aan de oude middeleeuwse burchten. Toch was de vesting, waarvan de kanonnen gericht waren op de zee, een innovatie voor die tijd.
De romantiek van de 19e eeuw voegde aan de schilden het Christuskruis, gedraaide touwen en de armillairsfeer, toe, allemaal symbolen van de Manuelijnse kunst. In de vesting, die naar de rivier gericht is, zult u het gevoel hebben dat u op de boeg van een schip staat.
En het is dan ook de moeite waard om naar boven te lopen en een verrassende blik over de Taag te werpen.