In haar binnenste wacht u een wereld van onvoorziene contrasten: labyrintische straten, zonverlichte pleinen, moorse binnenplaatsen, gotische portalen, belvedères... En de echo van historische herinneringen, die meer dan 2000 jaar oud zijn.
Van de Romeinse tijd resten een sierlijke tempel, muren en thermen; en van de moslimse "Yeborah" de stadswijk Mouraria. De stad werd ten tijde van D. Afonso Henriques heroverd en zij veroverde op haar beurt de Portugese koningen, die zich daar wilden vestigen. D. João II verkoos haar voor het bruiloftsfeest van zijn erfgenaam met de dochter van de katholieke koningen, de meest extravagante vorsten van het einde van de middeleeuwen. D. Manuel I hield hof in Évora, evenals D. João III.
De hoge adel, zoals de graven van Basto en de Heren van Cadaval, volgde de koningen en bouwde ook luxueuze paleizen.
Toen werd ook het koninklijk paleis gebouwd waarbij de gotiek zich met Islamitische decoratieve elementen vermengde, net als bij het grote klooster van S. Francisco met één van de gewaagdste kerken van Portugal. Évora was in de "gouden tijd" een stad die kunstenaars uit Vlaanderen, Italië en Spanje aantrok, die ook tot haar glans wilden bijdragen. Meesters in de humanistische wetenschappen uit Salamanca en Parijs kwamen naar de in 1553 gestichte universiteit, die vandaag de dag nog bestaat.
Er zijn zoveel sporen van die roemrijke tijd, dat de UNESCO de stad als werelderfgoed van de mensheid heeft erkend.